Bij de archeologische opgravingen in de ridderzaal van het kasteel van Horst werd onderstaande glasscherf teruggevonden. Op onderstaande foto’s zie je deze scherf met een waarneembare regenboog-glans. Maar wat is dit glanslaagje?

Om hier een antwoord op te kunnen formuleren is het belangrijk om meer te weten over de opbouw van glas. Het glas dat in de natuur voorkomt noemen we obsidiaan. Maar het glas dat wij kennen is het resultaat van de samenstelling van zand met een smeltmiddel en een stabilisator. Het smeltmiddel (potas of soda) verlaagd de smelttemperatuur en de stabilisator (loodoxide of calciumoxide) zorgt ervoor dat het geheel stabiel blijft. Daarnaast kunnen ook nog bijkomende stoffen worden toegevoegd om het glas een kleur te geven of het net te ontkleuren. De glasscherf van Horst heeft een transparante licht blauwgroene kleur, dit is waarschijnlijk het gevolg van onzuiverheden die onopzettelijk in het glasmengsel aanwezig zijn.

De manier waarop glas gaat verweren na depositie in de bodem is afhankelijk van deze samenstelling maar ook van de fabricatiemethode, begravingsomgeving en bewaaromgeving. Verwering is anders gezegd sterk afhankelijk van de interactie met de omgeving van het object. In de bodem zal glas corroderen/verweren onder invloed van de sterke vochtigheidsgraad, maar het zal zich wel in een relatief stabiele omgeving bevinden met constante temperatuur en  een gebrek aan licht en lucht. Het langdurig in contact staan van glas met grondwater gaat ervoor zorgen dat de stabilisatoren en smeltpuntverlagers aan het glasnetwerk onttrokken worden, waardoor er een broos gellaagje op het glas wordt gevormd. Denk maar aan het witte doffe laagje dat op je eigen glazen tevoorschijn komt na veelvuldig wassen in de vaatwasmachine.

Glascorrosie2

Het gellaagje kan zich in diverse vormen uiten, bij natrium-glas uit deze corrosie zich in verschillende zeer dunne laagjes die een iriserend uiterlijk hebben. Iriserend beschrijft het regenboogkleurige glanslaagje dat ook zichtbaar is op de glasscherf van Horst. 

Bij opgraving wordt het object plots blootgesteld aan veel licht en zuurstof en aan schommelingen in temperatuur en vochtigheidsgraad. Bijgevolg zal het water dat gevangen zit tussen het glas en het corrosielaagje verdampen, waarna de verwering van het glas zichtbaar wordt. Dit opdrogen gaat echter gepaard met heel wat trekkracht dat er kan voor zorgen dat het corrosielaagje begint af te schilferen. Ook de glasscherf hieronder begint stilaan af te schilferen. Daarom is het belangrijk om het glas dadelijk na opgraven in een natte omgeving te bewaren, om het later in een gecontroleerde omgeving veilig te laten opdrogen. Daarna wordt de conservatie ingezet om het glazen object zo stabiel en zo lang mogelijk te bewaren. Maar het degradatieproces volledig stoppen kan niet, vertragen is dus de boodschap.

Tekst: Yentl Gurny

Bron: Cleeren, Natalie. “Cursus Archeologische Conservatie: anorganische materialen”. Powerpointpresentatie, KU Leuven, 2020.